Dat was er toen dus al
Afgelopen week kwam er bij het opruimen van een kast een stapel oude rapporten van de basisschool tevoorschijn. Niet direct iets waarvan je denkt: daar ga ik eens lekker voor zitten. Bovendien weet ik ongeveer wat erin staat. Ergens een zes voor begrijpend lezen, een zeven voor rekenen en ongetwijfeld regelmatig de mededeling dat ik mijn best deed. Tot ik bij mijn rapport van groep 1 kwam. Geen cijfers, geen scores. Gewoon verhalen. Korte observaties van mijn juf over hoe ik speelde, werkte en me door zo’n kleuterklas bewoog. Ineens zat ik een stuk aandachtiger te lezen. Natuurlijk stonden er praktische dingen in. Welke kleuren ik kende, hoe ver ik kon tellen en wat ik inmiddels allemaal kon. Maar veel leuker waren de opmerkingen tussendoor.
Zo bleek ik pas echt enthousiast aan het werk te gaan als ik iets leuk vond. Was dat niet het geval, dan maakte ik me er blijkbaar nogal gemakkelijk vanaf. Ook nam ik uitgebreid de tijd om mijn kwastje schoon te maken. Niet per se omdat ik als kleuter al uitzonderlijk zorgvuldig met materialen omging. Spelen met water vond ik gewoon bijzonder interessant. Sommige dingen veranderen blijkbaar niet zo heel erg.
De poppenhoek dus
Als kind had ik een rijke fantasie. In de poppenhoek ontstonden hele verhalen en daar kon ik behoorlijk in opgaan. De bouwhoek vond ik daarentegen mwah. En als een puzzel me te moeilijk werd? Dan koos ik blijkbaar voor een tamelijk praktische oplossing. Ik liet hem liggen, liep naar de kast en pakte gewoon een andere. Zonder de eerste op te ruimen. Ook een manier. Juist die kleine opmerkingen zetten me tijdens het lezen aan het denken. Veel meer dan die zes voor begrijpend lezen die een paar rapporten later verschijnt. Want zo’n zes zegt me nu niet zoveel meer. Dat ik hele verhalen bedacht in de poppenhoek blijkbaar wel. En er stond nog veel meer.
Ik hielp graag. Maakte graag grapjes. Had niet één specifieke vriend of vriendin, maar speelde met allerlei kinderen. Geduldig op mijn beurt wachten was dan weer niet mijn sterkste kant. Ook bleek ik een eigen methode te hebben voor het moment waarop de klas moest opruimen. Voordat ik daaraan begon, zette ik eerst mijn stoel klaar op de plek waar ik straks graag wilde zitten. Het liefst naast de juf. Iets met prioriteiten. Als mijn plek eenmaal geregeld was, kon er altijd nog worden opgeruimd.
Waar wil ik zitten?
Vooral om dat stoeltje moest ik grinniken. Tegelijkertijd bleef juist die opmerking een beetje hangen. Blijkbaar was ik als kleuter al behoorlijk bezig met waar ik wilde zitten en naast wie. Wat dat precies over mij zegt, weet ik niet. Het kan heel goed dat ik mijn juf gewoon aardig vond en daarom graag naast haar zat. Of dat ik toen al doorhad dat je maar beter op tijd een goede plek kon regelen. Het staat er helaas niet bij en we hoeven natuurlijk ook niet alles wat we als kleuter deden veertig jaar later van een verklaring te voorzien. Toch is het leuk om te merken hoeveel ik herken.
De fantasie en het verzinnen van verhalen zijn gebleven. Net als nieuwsgierigheid. Ergens helemaal in op kunnen gaan als ik enthousiast ben ook. Stilzitten kost me nog steeds moeite en als ik lees dat ik graag hielp, grapjes maakte en met allerlei kinderen speelde, herken ik daar ook wel iets in. Mensen zijn nog steeds belangrijk voor me. Ik vind het interessant wat er tussen mensen gebeurt. Waarom het met de één vanzelf loopt en met de ander niet. Waardoor iemand zich ergens thuis voelt of juist niet. Verbinding en je plek vinden zijn woorden die veel vaker in mijn volwassen leven terugkomen. Zat dat er toen allemaal al in? Geen idee. Ik kan ook gewoon een sociale kleuter zijn geweest die graag naast de juf zat. Het hoeft helemaal niet zoveel te zeggen. Toch vind ik het bijzonder dat sommige dingen blijkbaar al zichtbaar waren, lang voordat ik er zelf woorden voor had.
Draadjes van vroeger
De afgelopen tijd denk ik regelmatig na over wat bij me past. Waar ik goed in ben, waar ik energie van krijg en welke dingen ik eigenlijk heel vanzelfsprekend doe. Best grote vragen en dan is het grappig dat een rapport uit groep 1 ineens iets toevoegt. Niet omdat mijn juf toen al kon voorspellen wie ik veertig jaar later zou zijn. Gelukkig niet. Er is onderweg nogal wat gebeurd en veranderd. Als je terugkijkt, kun je soms ineens een draadje leggen tussen het kind dat je toen was en wie je nu bent. Dus mocht er bij jou thuis ook nog ergens een doos of map liggen met oude schoolrapporten: zoek ze eens op. Zeker als je nog van die rapporten hebt waarin een juf of meester niet alleen cijfers invulde, maar verhalen over je schreef. Lees ze eens niet om te kijken hoe goed je kon rekenen of wanneer je eindelijk een voldoende haalde voor begrijpend lezen. Kijk eens naar wat er tussendoor staat.
Waar werd je enthousiast van? Waar kon je helemaal in verdwijnen? En wat herken je, al die jaren later, nog steeds? Je hoeft niets wereldschokkends tegen te komen. Het kan ook gewoon gaan om een kind dat haar kwastje verdacht lang stond te wassen omdat spelen met water veel interessanter was dan het volgende werkje. Maar met alles wat je inmiddels over jezelf weet, kun je zomaar een paar draadjes leggen en denken: Hé, dat was er toen dus al.


