En ik niet
Langzaamaan begint alles weer. En ik niet. Niet met werken althans. Vlak voordat hier de zomervakantie begon, nam ik afscheid van mijn werk. Sindsdien ligt de toekomst wagenwijd open. En eerlijk gezegd heb ik geen idee hoe die eruit gaat zien. Wat ik wel weet, is dat ik tijd heb. En dat is bijzonder. Misschien zelfs een luxe die niet altijd voor iedereen vanzelfsprekend is. Tijd om te reflecteren. Tijd om op adem te komen. Tijd om los te laten. En blijkbaar ook tijd om te rouwen. Dat laatste woord voelt groot.
Rouwen associeer ik met het verlies van iemand van wie je houdt. Met een relatie die na jaren eindigt. Met ziekte, afscheid en dingen die voorgoed anders worden. Niet zo snel met werk. Misschien zegt dat vooral iets over mij. Pas vroeg iemand aan me: ‘Maaike, binnenkort mag je weer gezellig aan het werk.’ En ineens schoot ik vol. Ik had het zelf niet eens aan zien komen. De ander waarschijnlijk ook niet. Ik moest uitleggen dat dat voor mij niet het geval was. Dat er na de zomervakantie geen werk op me wachtte waar ik weer naartoe zou gaan. Blijkbaar zat het afscheid dichter onder de oppervlakte dan ik zelf dacht. Want hoe langer ik thuis ben, hoe meer ik ontdek dat afscheid nemen van werk over veel meer gaat dan niet meer naar je werkplek gaan, geen agenda meer hebben of je laptop dichtklappen. Je neemt ook afscheid van een plek die jarenlang onderdeel was van je leven. Van mensen. Van routines. Van verantwoordelijkheid. Van ergens nodig zijn. En misschien ook wel van een stukje van wie je dacht dat je was.
Wie ben je zonder je werk?
Want hoeveel van onze identiteit ontlenen we ongemerkt aan wat we doen? Aan ons werk? Vraag iemand om zich voor te stellen en je hoort al snel: ‘Ik ben …, ik ben veertig jaar en ik ben docent op een mbo.’ Daarna volgen misschien nog een partner, kinderen en hobby’s. Let er maar eens op. We zeggen niet: ‘Ik werk als docent.’ Of: ‘Doordeweeks geef ik les op een mbo.’ Nee, we zeggen: ‘Ik bén docent.’ Alsof ons beroep niet alleen iets is wat we doen, maar ook iets zegt over wie we zijn. Het plakt zich ongemerkt aan ons vast. Raakt verweven met hoe we naar onszelf kijken en misschien ook wel met hoe anderen naar ons kijken.
Zolang dat werk er is, valt dat nauwelijks op. Pas als het wegvalt, merk je hoeveel ervan aan jezelf vastzat. En misschien merk ik dat nu wel meer dan ik zou willen. Want wat zeg je eigenlijk als iemand aan je vraagt wat je doet, wanneer je even niets doet? Of in ieder geval niet werkt. ‘Ik heb op dit moment geen baan’ klinkt zo leeg. ‘Ik ben me aan het oriënteren’ klinkt meteen alsof er een plan moet zijn. En ‘ik heb even tijd’ voelt bijna alsof ik me daarvoor moet verantwoorden.
Terwijl dat precies is wat er nu is: tijd. Geen agenda die zich vanzelf vult met overleggen en afspraken. Geen werkweek die het ritme bepaalt. Geen maandag waarop alles weer begint. En juist nu, zo aan het einde van de zomervakantie, valt me dat op. Langzaamaan begint iedereen weer. De scholen gaan (bijna) weer open, collega’s gaan weer voorbereiden en vinden hun ritme, agenda’s lopen vol. En ik niet.
Het gekke is dat ik mijn werk niet constant mis. Er zijn ook dingen die ik helemaal niet mis. En toch kan er verlies zijn om iets waarvan je tegelijkertijd weet dat het goed is dat het voorbij is. En terwijl ik dit schrijf, merk ik dat het nog een laag verder gaat. Ik heb me namelijk serieus afgevraagd of ik deze blog wel moest plaatsen. Want wat als ik straks ga solliciteren en iemand deze blog vindt? Wat denkt diegene dan? Doe ik hiermee geen afbreuk aan mezelf? Had ik niet beter iets kunnen schrijven over nieuwe kansen, zin in de toekomst en alle mogelijkheden die voor me liggen? Misschien wel. Maar dat zou maar een deel van het verhaal zijn.
Ergens is dat natuurlijk best grappig. Ik schrijf een blog over de vraag hoeveel van mijn identiteit verweven is geraakt met mijn werk en ondertussen vraag ik me af of ik diezelfde blog straks tijdens een sollicitatiegesprek als een boemerang terugkrijg. Blijkbaar wil ik zelfs in een periode waarin ik niet werk nog steeds graag professioneel voor de dag komen. Alsof deze maanden alleen mogen bestaan als ik er straks een mooi verhaal van kan maken tijdens een sollicitatiegesprek.
Moet deze tijd iets opleveren?
Ja en nee. Ik denk dat je oprecht mag uitrusten en de ruimte mag nemen die er nu is. In mijn geval helpt het om samen met een loopbaancoach te onderzoeken wat bij mij past. Tegelijkertijd gun ik mezelf ruimte voor andere dingen. Om meer te sporten en beter voor mezelf te zorgen. Om te blijven pottenbakken. En, heel praktisch, om ’s morgens toch een wekker te zetten. Want helemaal geen ritme blijkt voor mij ook niet ideaal.
Wat ik inmiddels wel weet, is dat je afscheid niet kunt haasten. Ook niet als je weet dat het goed is dat iets voorbij is. Want ineens hoor je ergens niet meer bij. De dagelijkse praatjes bij het koffiezetapparaat zijn verdwenen. Niemand vraagt of je nog even bij een overleg kunt aansluiten. Je hoeft nergens meer iets van te vinden, niets voor te bereiden en niemand wacht op jouw antwoord. Je wereld wordt even kleiner. En misschien is dat nog wel het vreemdste: de wereld waar je eerst iedere dag onderdeel van was, draait gewoon door. Er worden besluiten genomen zonder jou. Er wordt koffiegedronken zonder jou. Nieuwe mensen nemen taken over die eerst van jou waren. Natuurlijk gebeurt dat. Zo werkt het nu eenmaal. Maar ergens schuurt het ook. Misschien mag mijn wereld op dit moment ook gewoon even wat kleiner zijn. Hoe lang dat duurt, weet ik niet. En hoe het er daarna uitziet ook niet.
Langzaamaan begint alles weer. Misschien ik ook wel. Alleen anders dan ik had gedacht.



2 Comments
Conny van Ginkel van den Berg
Heel herkenbaar Maaike, mooi hoe je dit verwoord! Succes met de tijd, benieuwd naar wat het je brengt…
Maaike
Dank je wel!